Agroforestryboeren op studiereis in Engeland
De pioniersfase voorbij, wat kunnen wij in Nederland daarvan leren?
Traditioneel stonden bomen en landbouw op gespannen voet. Toch plant een groeiende groep boeren sinds een aantal jaren nuttige bomen aan op hun bedrijf. Agroforestry — het combineren van houtige gewassen met akkerbouw, veeteelt of tuinbouw — biedt mogelijkheden om doelen op het gebied van biodiversiteit, klimaat en bedrijfsrendement te verbinden.
De bomen in Nederland zijn nog klein en de agroforestrybeweging kan nog veel leren. Vanuit dit idee vertrok een delegatie van 37 agroforestryboeren, onderzoekers, beleidsmakers, grondeigenaren en andere betrokkenen onlangs naar Engeland, op bezoek bij vijf bedrijven die de opstartfase voorbij zijn.
Engeland beschikt over enkele van de meest volwassen agroforestry-systemen in Europa. De bezochte bedrijven liggen in het licht golvende heggenlandschap van East Anglia. Een gebied zo groot als Gelderland en landschappelijk soms verrassend vergelijkbaar met Nederland. De excursies boden praktische inzichten in keuzes rondom biodiversiteit, ontwerp, beheer, verdienmodellen, ketenontwikkeling en opschaling. Essentiële onderwerpen om agroforestry in Nederland te doen groeien.
Wakelyns Farm
Een van de meest sprekende voorbeelden tijdens de reis was Wakelyns Farm, waar op 23 hectare al meer dan dertig jaar wordt gewerkt met agroforestry. In dit ecosysteem van bedrijven, diensten en evenementen wordt in ultrakorte ketens geld verdiend. De slogan: veerkracht door diversiteit. Het bedrijf combineert systemen als hakhoutbeheer, akkerbouw in stroken tussen boomrijen, groenteteelt, schapenhouderij en kleinschalige recreatie.
De boomrijen, soms meer dan dertig jaar oud, staan op relatief korte afstand van elkaar —ongeveer vijftien meter — en toch is er nog steeds ruimte voor akkerbouw. Gewassen als graan en pompoen doen het hiertussen goed, terwijl andere teelten (zoals linzen) in de loop van de tijd zijn afgevallen. Wakelyns Farm zet in op lokale verwerking en afzet: graan wordt verwerkt in een eigen bakkerij, fruit tot sap en snelgroeiend wilgen- en hazelaarhout tot snippers en palen. Door deze ultrakorte ketens blijft een groter deel van de toegevoegde waarde op het bedrijf.
Daarnaast wordt hier al decennialang onderzoek gedaan naar biodiversiteit en functionele agrobiodiversiteit. Zo blijkt de luizendruk in bepaalde systemen lager dan in monoculturen, en worden duidelijke verschillen waargenomen in vogelpopulaties. In deze oase van biodiversiteit profiteren bosvogels van de aanwezigheid van bomen, terwijl typische boerenlandvogels minder voorkomen. Dit onderstreept dat agroforestry ecologische voordelen biedt, maar ook keuzes vraagt in de gewenste richting van biodiversiteit.
Wimpole Estate
Een tweede bedrijf dat indruk maakte was Wimpole Estate, onderdeel van de National Trust. Dit landgoed van circa 1200 hectare combineert landbouw, natuurbeheer en publieksactiviteiten. Op 39 hectare landbouwgrond zijn 2000 appelbomen aangeplant in rijen, met daartussen extensieve graanteelt en wilde bloemen.
De bomen vervullen meerdere functies: ze vormen een ecologische verbinding tussen twee bosgebieden, dragen bij aan biodiversiteit en leveren tegelijkertijd een product. Het verdienmodel is sterk gekoppeld aan de eigen afzetkanalen van het landgoed. Het graan wordt verwerkt tot scones en de appels worden verwerkt tot sap, beide worden verkocht in de eigen horeca. Juist deze integratie in de keten maakt het systeem economisch haalbaar, in een context waarin veel commerciële boomgaarden onder druk staan.
De praktijk laat ook zien dat agroforestry gepaard gaat met risico’s. Zo leidde vraatschade door woelmuizen hier tot uitval van bomen, waarna alle stammen moesten worden beschermd. Dit soort ervaringen benadrukt dat beheer en bescherming essentieel zijn, zeker in de eerste jaren.
Stimulerend beleid
Een belangrijke stimulans voor de ontwikkeling van agroforestry in Engeland is het veranderde landbouwbeleid. Sinds de Brexit is de nadruk verschoven van directe inkomenssteun naar beloning voor publieke diensten. Via het programma Environmental Land Management (ELM) worden boeren gestimuleerd om maatregelen te nemen op het gebied van biodiversiteit, klimaat en waterkwaliteit. Agroforestry sluit hier goed op aan, omdat bomen meerdere ecosysteemdiensten tegelijk leveren.
Daarnaast speelt Biodiversity Net Gain (BNG) een rol. Iedere nieuwe ruimtelijke ontwikkeling moeten minimaal tien procent biodiversiteitswinst realiseren voor tenminste dertig jaar. Hierdoor is een markt ontstaan voor habitatontwikkeling, waarin ook extensieve agroforestrysystemen een plek kunnen krijgen. Voor boeren ontstaat zo de mogelijkheid om inkomsten te genereren uit natuurbeheer. Dit soort nieuwe beleidsontwikkelingen zijn interessant maar ook spannend voor langjarige systemen zoals agroforestry.
Praktijklessen
Tijdens het bezoek aan Woodoaks deelde Ben Raskin van de Soil Association en de grondlegger van Agroforestry in Engeland, zijn belangrijkste lessen uit tien jaar werken met agroforestry. Deze lessen geven een realistisch beeld van wat in de praktijk nodig is:
1: Toon lef – zowel in soorten als ontwerp
2: Wees snel – begin gewoon, wacht niet op de perfecte subsidie of alle informatie
3: Wees ook geduldig – neem de tijd om te zien wat werkt en bouw daarop voort
4: Plant vroeg – bij voorkeur voor eind januari in het zuiden van Engeland
5: Plant divers – zelfs als je uiteindelijk maar één soort wilt overhouden
6: Plant dicht op elkaar - dun later uit
7: Mulch genereus – streef naar 25 cm houtsnippers
8: Omhein zo goed als je je kunt veroorloven - het maakt echt verschil
9: Gebruik een dikkere paal dan je oorspronkelijk gepland had, voor grotere bomen
10: Vergeet de nazorg niet
Inzichten
We zijn dankbaar dat we samen met de Engelse boeren in het veld konden staan. Als geen ander konden zij ons meenemen in het vallen en opstaan als pioniers. Een verrassend inzicht was dat we het in Nederland zo slecht nog niet doen. De agroforestrybeweging groeit gestaag en is goed georganiseerd. De Engelsen die we spraken waren onder de indruk van onze leernetwerken en korte lijntjes tussen boeren, onderzoekers en beleidsmakers.
In de weken na terugkomst deelden we onderling volop kennis over praktische zaken als boombescherming, plantmateriaal en beheer. Daarmee draagt de reis niet alleen bij aan inspiratie, maar ook aan een sterker netwerk en verdere professionalisering van agroforestry in Nederland.
De reis werd georganiseerd door Agroforestry Netwerk Nederland, mede mogelijk gemaakt door LVVN, WWF-NL en Urgenda.
Beeld: Katrina Jazayeri