Boeren in drie provincies starten onderzoek naar robuuste akkerbouw en bomen
Dat bomen en struiken een negatief effect kunnen hebben op de ziektedruk en opbrengst van aardappelen kan iedereen op de akker zien. Maar de positieve effecten verderop in het perceel, door het verminderen van verdamping en meer organische stof, zijn minder evident. Daarom zijn vorige week zijn op aardappelpercelen in Flevoland, Noord-Holland en Zeeland de eerste sensoren geplaatst voor het onderzoeksproject ‘Robuuste akkerbouw door functionele inpassing van bomen en struiken’. Daarmee is een belangrijke stap gezet in een praktijkgericht onderzoek naar de effecten van agroforestry op akkerbouwgewassen.
De sensoren staan op verschillende afstanden van een houtsingel of bomenrij en meten bodemvocht, bodemtemperatuur en bladnatperiode, een belangrijke indicator voor schimmelziekten zoals fytoftora. Ook de gewasgezondheid en daadwerkelijke opbrengst worden op 10 afstanden van de bomen en struiken bepaald. De metingen moeten inzicht geven in waar eventuele negatieve effecten van schaduw en concurrentie ophouden en waar juist positieve effecten ontstaan, bijvoorbeeld door windluwte.
Robuuste akkerbouw door functionele inpassing van bomen en struiken
De akkerbouw staat voor grote uitdagingen door extremer weer, strengere regels en stijgende kosten. Tegelijk blijft een goed inkomen en gezonde gewassen belangrijk. Daarom zoeken steeds meer akkerbouwers naar manieren om hun bedrijf robuuster te maken. Agroforestry lijkt daarbij kansrijk: het combineren van akkerbouw met bomen en struiken, bijvoorbeeld via rijen bomen of houtsingels langs percelen. Dit kan bijdragen aan een sterker landbouwsysteem door meer biodiversiteit, koolstofvastlegging, minder verdamping en een betere bodemkwaliteit.
![]()
Afbeelding 1-3: De sensoren worden geplaatst
Uitdagingen
Toch zijn veel akkerbouwers nog voorzichtig. Dichtbij bomen kan de opbrengst van gewassen zichtbaar lager zijn door schaduw en concurrentie om water. Tegelijk zijn er aanwijzingen dat verder in het perceel juist positieve (minder zichtbare) effecten optreden, zoals minder wind en een beter microklimaat. In buitenlandse literatuur zien we dit terug, maar in Nederland ontbreekt nog betrouwbare praktijkdata, waardoor veel boeren het risico nog te groot vinden.
Project
Dit project is opgezet om juist die kennis te verzamelen. In Flevoland, Noord-Holland en Zeeland werken we samen met akkerbouwers om in de praktijk te meten wat er gebeurt in het veld. Daarbij gebruiken we bestaande houtsingels, bomenrijen en bosranden langs akkerbouwpercelen, die lijken op een volwassen agroforestrysysteem en daarom geschikt zijn om de effecten van bomen op gewassen te onderzoeken.
Het project is een samenwerking tussen drie akkerbouwbedrijven (Boerderij Saalland in Flevoland, Gawijzend Agro in Noord-Holland en Maatschap Geerse/Arkesteijn in Zeeland), de drie provinciale agroforestry-netwerken van Flevoland, Noord-Holland en Zeeland en het Louis Bolk Instituut. De resultaten worden de komende jaren gedeeld via praktijkbijeenkomsten, veldexcursies en kennisnetwerken.
Meer informatie: Evert Prins: e.prins@louisbolk.nl