Van walnoten tot wijndruiven: Saalland bouwt met agroforestry aan weerbare landbouw
Bomenrijen tussen akkerbouwgewassen, kruiden onder houtige teelten en nieuwe gewassen zoals truffels, noten en druiven. Op het bedrijf van Marga Klein Swormink en Wim Stegeman in Lelystad draait agroforestry - het combineren van bomen en struiken met landbouw - om biodiversiteit, verdienvermogen en weerbare landbouw. Volgens Marga en Wim past agroforestry goed binnen natuurinclusieve landbouw, waarbij landbouw en natuur elkaar versterken. “Agroforestry laat zien dat het niet óf natuur óf landbouw hoeft te zijn,” zegt Marga. “Je kunt functies stapelen.”
Tijdens een bijeenkomst op hun bedrijf namen Marga en Wim themabestuurders van LTO Noord mee in hun ervaringen met agroforestry en de kansen en uitdagingen die zij daarbij in de praktijk tegenkomen.
Stap voor stap richting weerbare landbouw
Marga en Wim runnen samen met hun kinderen Jesse en Isa biologisch akkerbouwbedrijf Saalland in Lelystad. Het bedrijf werkt volgens de Demeter-principes. In 2004 namen zij het 53 hectare grote bedrijf over van de ouders van Marga. De afgelopen jaren ontwikkelde het bedrijf zich stap voor stap verder richting weerbare landbouw. Economie, biodiversiteit en duurzaamheid vormen al jaren de basis. Later kregen ook bodemgezondheid, agroforestry en nieuwe verdienmodellen een steeds belangrijkere plek op het bedrijf.
“Wij werken graag vanuit een visie,” vertelt Marga. “Niet vanuit regels. We vragen ons steeds af: worden we nog gelukkig van de manier waarop we boeren?”
Die zoektocht bracht het ondernemerspaar steeds verder richting systeeminnovatie. Eerst met niet-kerende grondbewerking en groenbemesters, later ook met agroforestry.
Wim kwam enkele jaren geleden voor het eerst in aanraking met agroforestry tijdens een conferentie in Nijmegen. “Toen was het voor ons nog niet het juiste moment,” vertelt hij. “Maar het idee is altijd blijven hangen.” Uiteindelijk gaf subsidie het laatste zetje om met een eigen proeftuin te starten.
Voor Marga en Wim draait agroforestry om meer dan alleen nieuwe teelten of bomen op het erf. “We zien agroforestry niet als hobby, maar als systeeminnovatie,” zegt Marga. “Het moet bijdragen aan een sterker en toekomstbestendig landbouwsysteem.”
Agroforestry voor bodem, water en biodiversiteit
Op het bedrijf van Saalland experimenteren Marga en Wim met agroforestry. In hun proeftuin testen zij hoe bomen, struiken en akkerbouwgewassen elkaar kunnen versterken.
“Het gaat ons om weerbare teeltsystemen,” zegt Wim. “Agroforestry kan zorgen voor een gezondere bodem, minder verdamping en meer biodiversiteit. Tegelijk biedt het kansen voor nieuwe teelten en extra inkomstenbronnen. Zo spreid je risico’s en wordt het bedrijf minder afhankelijk van één gewas of markt.”
Water speelt op het bedrijf ook een belangrijke rol. Door droogte en zout water wordt waterbeheer steeds belangrijker. Volgens Marga en Wim kunnen bomen en houtige elementen helpen om water beter vast te houden en het landbouwsysteem beter bestand te maken tegen extreme weersomstandigheden. Ook werken zij samen met andere partijen aan plannen om water langer vast te houden in het gebied.
Nieuwe teelten en verdienmodellen
De proeftuin werd twee jaar geleden aangelegd en bestaat uit verschillende secties met onder meer walnoten, wijn- en tafeldruiven, kruiden zoals tijm en oregano, vlier, zwarte bes, wilgenroosjes, goudsbloemen voor thee en truffels. Hier testen Marga en Wim verschillende rassen, afstanden en combinaties van gewassen en houtige elementen.
“We zien ons bedrijf ook als proeftuin van onszelf,” vertelt Marga. “Je moet blijven testen en leren wat werkt op jouw grond en binnen jouw systeem.”
Gewassen die goed presteren, willen zij stap voor stap verder opschalen op het bedrijf. Zo breiden zij de komende jaren onder meer de teelt van wijndruiven verder uit. “Door klimaatverandering ontstaan er kansen voor nieuwe teelten, zoals druiven,” vertelt Wim.
Noten en druiven passen volgens Marga en Wim goed bij de Flevolandse klei en het veranderende klimaat. Vooral walnoten zien zij als een kansrijke teelt voor de toekomst. De vraag naar lokaal geproduceerde noten groeit, terwijl veel noten nu nog uit het buitenland komen.
“Met noten kun je samen met andere boeren bouwen aan een nieuwe keten,” zegt Wim. “Dan houd je als boer meer regie over productie en afzet.”
Bouwen aan een praktisch systeem
Tegelijk kijken Marga en Wim ook naar nieuwe vormen van mechanisatie. Samen met andere boeren werken zij aan een autonome robot die onder meer kan maaien en in de toekomst mogelijk ook noten kan rapen.
“Arbeid wordt steeds belangrijker,” zegt Wim. “Daarom zoeken we naar systemen die praktisch uitvoerbaar blijven.”
Ook in de inrichting van het bedrijf zoeken Marga en Wim naar praktische oplossingen. Hagen spelen daarbij een belangrijke rol. Volgens hen dragen deze houtige elementen niet alleen bij aan biodiversiteit, maar helpen ze ook tegen wind en drift van naastgelegen percelen.
Meer dan een voedselbos
Ook Evert Prins, onderzoeker bij het Louis Bolk Instituut en agroforestry-expert, ziet dat de belangstelling voor agroforestry snel groeit. “Drie jaar geleden was het nog lastig om akkerbouwers te vinden die mee wilden doen aan een project over agroforestry,” vertelt Evert. “Tegenwoordig zijn bijeenkomsten hierover goed bezocht.”
Volgens Evert denken veel mensen bij agroforestry nog steeds aan voedselbossen, terwijl het veel breder is dan dat. “Het gaat om het functioneel inzetten van bomen en struiken binnen landbouwsystemen.”
Agroforestry wordt volgens hem steeds vaker gezien als een serieuze vorm van systeeminnovatie binnen de landbouw. In Nederland zijn inmiddels zo’n 1.500 boeren actief met agroforestry, goed voor ongeveer 2.000 hectare. De ambitie is om dat op te schalen naar 25.000 hectare in 2030.
“Om die groei mogelijk te maken, is meer kennis nodig,” zegt Evert. Daarom startte het Louis Bolk Instituut dit jaar samen met Wim en Marga en boeren uit Noord-Holland en Zeeland een project naar de effecten van bomen en struiken op de aardappelteelt.
Daarbij worden opbrengst, bladnat, ziektedruk en plantgezondheid van de aardappel gemeten op tien verschillende afstanden van de bomen. “Dicht bij de bomen zie je vaak vooral negatieve effecten, maar we kijken of verderop in het perceel positieve effecten optreden, bijvoorbeeld door windremming”, zegt Evert.
Samen leren en ontwikkelen
Volgens Marga en Wim hoeft een boer het wiel niet zelf uit te vinden. Juist kennisuitwisseling en praktijkervaring zijn belangrijk. “Ga kijken bij andere boeren,” adviseert Marga. “Dan ontdek je vanzelf wat wel en niet bij jouw bedrijf past.”
Marga is zelf aanspreekpunt van het agroforestry-netwerk in Flevoland en ziet dat steeds meer boeren interesse tonen. “Je hoeft geen lid te worden en het kost niets,” vertelt ze. “Boeren kunnen zich gewoon aanmelden voor bijeenkomsten, excursies en kennissessies.” Boeren die interesse hebben in agroforestry, kunnen contact opnemen met het aanspreekpunt in hun regio.
Voor Marga en Wim begint agroforestry vooral met nieuwsgierigheid, experimenteren en stap voor stap ontdekken wat past bij het bedrijf. Voor de themabestuurders van LTO Noord bood het bezoek een praktisch inkijkje in hoe agroforestry kan bijdragen aan toekomstbestendige landbouw.